Toen ik vijf jaar oud was, kreeg ik mijn eerste computer. Een 486 met Debian, al had ik daar destijds geen idee van. Je had in die tijd niet veel, maar je had ook niet veel nodig.
Ik had een commandolijn waarop ik kon inloggen, en ik kende een aantal commando’s dat ik kon gebruiken. Als ik meer wilde weten over wat ik met zo’n commando moest doen, hoefde ik er alleen maar man voor te zetten.
Zo heb ik heel wat uren van mijn jeugd doorgebracht.
Wanneer ik de documentatie voor al die commando’s las, zag ik altijd staan dat de software “vrij” was. Dat ik het mocht bestuderen, aanpassen en aan anderen mocht geven, zo lang ik hen maar diezelfde rechten gunde die ik zelf ook had gekregen.
Voor mij was dat toen dus al de normaalste zaak van de wereld.
Toen ik naar de middelbare school ging, wilde ik graag een nieuwe computer. Ik ging naar zo’n winkeltje dat je destijds nog had, en kocht daar een voor die tijd best aardige laptop.
Toen ik thuis kwam, klapte ik hem open, en werd ik geconfronteerd met een enorme lap tekst. Een “end-user license agreement” die ik moest doorlezen, en waarvan ik met alle inhoud akkoord moest gaan.
In mijn hele kindertijd was ik niets anders gewend dan om dit soort teksten inderdaad helemaal door te lezen, dus dat deed ik dan ook.
Gaandeweg raakte ik steeds meer verbolgen van wat ik zag. Er stond alleen maar in wat ik allemaal niet mocht doen met mijn eigen computer, en welke rechten ik niet had.
Een schril contrast met wat ik daarvoor jarenlang gewend was.
Aangezien ik dus niet op “accepteren” klikte, kon ik die computer niet gebruiken. Ik kwam domweg niet verder, dus ik ging ermee terug naar de zaak waar ik hem had gekocht.
Eenmaal daar leerde ik pas van het bestaan van Microsoft Windows, en dat dat dus kennelijk op deze laptop was geïnstalleerd. Daar had ik nooit om gevraagd, maar kreeg het er zomaar bij, en had er nog voor betaald ook.
Ik had betaald voor iets waarvan een bedrijf in Amerika vervolgens ging bepalen wat ik er wel en niet mee mocht doen.
Voor mij was zoiets niet te bevatten.
Het was toen pas dat ik me bewust werd van het feit dat ik al die jaren daarvoor GNU, Linux en andere vrije- en open source software had gebruikt, en dat de vele vrijheden die mij als kind waren gegund kennelijk voor een groot deel van het land onbekend waren.
Naarmate mijn tijd op de middelbare school vorderde, werd de schadelijke invloed van datzelfde Microsoft steeds meer voelbaar. In het voorlaatste jaar werd ik zelfs buitengesloten van de hele online leerlingenomgeving omdat ik geen gebruik kon maken van de browserplugin Silverlight.
Steeds meer ging ik me afvragen in hoeverre het nog zin had om überhaupt naar school te blijven gaan, aangezien vrijwel alle scholen met diezelfde partij in zee waren gegaan, en ik dus overal ditzelfde probleem zou hebben.
Als ik geen contract zou afsluiten met Microsoft, zou ik geen onderwijs kunnen volgen.
Destijds ben ik gaan informeren bij universiteiten en hogescholen, en vroeg of de situatie daar vergelijkbaar zou zijn.
Toen heb ik zonder uitzonderingen van iedere onderwijsinstelling die ik heb benaderd te horen gekregen dat ik – indien ik niet akkoord zou gaan met de licentievoorwaarden en het privacybeleid van Microsoft – daar niet terecht zou kunnen als student.
“Iedereen verdient de rechten en vrijheden te hebben die ik als kind jarenlang heb gehad. Iedereen verdient het om – net zoals ik destijds – niet beter te weten dan dat vrijheid en zelfbeschikking de normale gang van zaken is.”
Het was daar en toen dat ik besloot dat ik mijn leven in het teken zou zetten om deze bizarre situatie aan te pakken.
Het was immers nog veel erger dan ik dacht toen ik een kind was.
Dat Amerikaanse bedrijf bepaalde niet alleen wat mensen in Nederland wel en niet met hun computers mochten doen. Nee, dat Amerikaanse bedrijf bepaalde wie er in Nederland naar school mocht gaan.
Dat grondrechten je worden ontnomen wanneer je geen overeenkomst kunt, mag of wilt aangaan met een buitenlands softwarebedrijf is iets dat ik nooit zal accepteren.
Het is iets dat niemand zou moeten accepteren. En het zou ook volstrekt onmogelijk zijn wanneer overal vrije- en open source software zou worden gebruikt.
Iedereen verdient de rechten en vrijheden te hebben die ik als kind jarenlang heb gehad. Iedereen verdient het om – net zoals ik destijds – niet beter te weten dan dat vrijheid en zelfbeschikking de normale gang van zaken is.
De invloed van een handjevol grote techbedrijven op alle facetten van onze maatschappij is veel te groot. Terwijl het ook anders kan, en anders moet. Want we hebben ze helemaal niet nodig. Sterker nog, we zijn veel beter af zonder ze.
Daarom heb ik Interlunium opgericht, als helder baken achter de wolken.
– Kevin Keijzer
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken.